Mooi, de gezamenlijke uitgave van Opbouw en de Reformatie. Twee broeders van hetzelfde die huis die tezamen wonen. Zo ervaar ik dat.
Zelfs gevoeligheden die ons normaal scheiden, zijn hier bespreekbaar. Daarbij moet me wel van het hart dat die bespreking niet overal de goede toon treft. Zo schrijft Gert van den Brink over de kwestie-Telder. Wat was dat ook alweer? Telder betoogde in de jaren '60 dat de Bijbel leert dat we bij Christus' wederkomst een nieuwe aarde verwachten, en niet dat we naar de hemel gaan. In de leer dat we naar de hemel gaan, proefde Telder griekse invloeden (platonisch dualisme: de stoffelijke werkelijkheid is maar schijn of schaduw; het gaat om de geestelijke werkelijkheid) en escapisme (hier beneden is het niet; laten we ons dus voor het hier en nu niet te druk maken). In contrast daarmee wees hij op de ongedeeldheid, en dus ook de sterfelijkheid, van de ziel ('door Adam de levensadem in de neus te blazen werd de mens tot een levende ziel'. 'de ziel, die zondigt, die zal sterven', 'de doden weten niets'). Dat bracht hem ertoe te leren, dat in de 'tussentijd' tussen sterven en opstanding geen leven is. Wel zijn we, aldus Telder, in God geborgen tot de jongste dag.
Goed, dat is een heel specifieke visie op de tijd tussen sterven en opstanding. Een visie die pittig onder kritiek gesteld kan worden. Maar bij voorkeur niet op de manier die Van den Brink kiest.
Zijn eerste punt is dat de paus niet van mening is dat de leer van de onsterfelijke ziel onjuist is. In plaats daarvan is het een kwalijke 'rage' (sic) om tegen het Griekse denken in te gaan. Beste broeder Van den Brink, vriend en vijand, de paus zelf incluis, zijn het erover eens dat de roomse leer tot op heden gebouwd is op het thomisme, een neo-platonische stroming. En een actieve 'tussentoestand' is voor een kerk die het vagevuur leert, wel erg moeilijk te missen. Als bevestiging van Telders kritiek (wat breken die oude Grieken ons toch op!) niet onaardig. Maar om de paus nu als autoriteit op te voeren in dezen...
Zijn tweede punt bestaat in een aantal pastorale ontmoetingen, die elk illustreren dat Telders leer als onpastoraal is ervaren. Het vreemde daarbij is, dat in die ontmoetingen zelf te zien is, dat Telders leer niet - volledig - begrepen wordt. Zo wordt een zuster opgevoerd, die er tegenop ziet misschien wel 100 jaar nat, donker en kou te zullen ervaren in het graf. Dat is nu toch wel het laatste wat je kunt verwijten op basis van iemand die stelt dat er géén leven is tussen dood en wederopstanding!
De overeenkomst tussen beide argumenten is: ze komen uit de cultuur of het wereldbeeld van mensen. Laat dat nu precies zijn wat Telder onder kritiek stelt! Rome erkent van ouds dat ze haar leer bouwt op zowel de Bijbel als op kerkelijke autoriteit. In dit artikel lijkt pastorale ervaring de rol van kerkelijke autoriteit overgenomen te hebben.
Tenslotte: ik ken geen enkele publicatie uit de afgelopen 25 jaar, die de positie van Telder deelt of verdedigt. Zelf deel ik zijn opvatting evenmin. Maar ik heb de laatste jaren geregeld predikanten uit onze kerken zich tegen Telders leer af zien zetten. Ik vraag me in gemoede af tegen wie ze het hebben. Een klassiek bezwaar tegen de omgang met Telders leer, is dat Telder nooit in de gelegenheid is geweest om op een kerkelijke vergadering op tegen hem ingebrachte bezwaren te reageren. Zullen we die fout nu maar niet meer herhalen? 'De doden weten niets'. En ingaan op ingebrachte bezwaren doen ze evenmin.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten