maandag 11 oktober 2010

Gods beloften zijn rijk!

Ik probeer overzicht te krijgen op wat God door Oude en Nieuwe Testament heen beloofd heeft, wat daarvan vervuld is, wat heel anders vervuld is dan je op het eerste gezicht zou denken, en wat er nog aan vervulling te verwachten is. Dat blijkt de laatste dagen een wel heel rijke taak te zijn. Vrijwel elke keer dat God Zich tot de mensen wendt, ligt in wat Hij zegt een aankondiging of belofte. Ik ben nu een paar dagen bezig, en heb al honderden teksten waarin een belofte van God ligt. En het wordt me nu wel duidelijk dat dit pas een beginnetje is. Vooral wanneer je bedenkt dat Gods spreken erop gericht is om de mens mee te nemen zijn toekomst in, ligt dat eigenlijk ook voor de hand. Nu ik met deze insteek ('wat belooft God hier?') in de Bijbel lees, krijg ik er natuurlijk ook steeds meer oog voor. Soms ligt het er niet zo dik bovenop. Zo is de moederbelofte in Gen. 3:15 bekend: 'En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.' Maar meestal realiseren we ons niet dat de vloek die de slang wordt opgelegd in Gen 3:14 ook belofte is: 'Daarop zeide de HERE God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft.'
Belofte in tweeĆ«rlei betekenis. De vloek voor de slang beperkt zijn macht, en is daarom een belofte om aan vast te houden voor de mens. Maar ook eenvoudigweg omdat het iets is dat God belooft aan de slang te doen. Wat Hij belooft is weliswaar een straf, maar daarom nog niet minder iets dat Hij belooft. Trouwens: ook de moederbelofte wordt aan de slang gedaan, en maakt deel uit van de vloek op de slang. 
Veel van Gods beloften hebben de twee kanten van belofte en vloek. Soms heel nadrukkelijk, zoals bij de verbondssluiting in Deut. 11:26-28: '26 Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor: 27  zegen, wanneer gij luistert naar de geboden van de HERE, uw God, die ik u heden opleg; 28  maar vloek, indien gij naar de geboden van de HERE, uw God, niet luistert en afwijkt van de weg die ik u heden gebied, door het achterna lopen van andere goden, die gij niet gekend hebt.' Elke verbondssluiting heeft die twee kanten van zegen en vloek. En beide maken deel uit van de belofte! Een vreemd idee, dat vloek bij belofte hoort. Maar de winst voor zijn volk is: al is het met harde hand, Ik zal alles doen om je bij Mij te houden, zodat je deel mag zijn van mijn toekomst.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten